Dierenwelzijn

We hebben veel geleerd van buitenlandse boerderijen. De geiten leven daar vaak in een of maximaal twee grote kuddes. Daardoor hebben ze meer bewegingsvrijheid en zijn ze opvallend rustig. Deze manier van boeren zorgt namelijk voor meer natuurlijke hiërarchie in de kudde en dus voor minder stress bij de geiten. Daarom zijn we overgestapt van meerdere groepen melkgeiten naar één grote groep. Een dikke plus voor dierenwelzijn en gezondheid! We hebben nu een ‘vrij verkeerstal’: onze meiden kunnen gaan, liggen, staan, slapen en herkauwen waar zij zelf willen en waar zij zich het prettigst voelen. Kijk zelf maar:

Onze stal heeft een geïsoleerd dak. Ook dat draagt bij aan het welzijn van onze dieren. Want in de zomer is het lekker fris en in de winter blijft het aangenaam warm. De flexibele zijmuren kunnen we met zogenaamde gordijnen open en dicht doen. Zo maken de geiten alle seizoenen mee en zorgen we voor een optimaal klimaat in onze stal. Dit type huisvesting is voor ons een must. Wij én de deskundigen zien dat de geiten gelukkig (in het Italiaans: felice) zijn! Bijkomend voordeel is dat onze meiden bovengemiddeld en superlekkere melk produceren, waarmee wij en onze klanten de allermooiste producten kunnen maken.

Helaas heeft ieder voordeel ook een nadeel, toch?

Het houden van geiten in een grote groep heeft dus veel voordelen. Er leek echter ook een nadeel aan te kleven. We vreesden een ongekende druk bij het voeren. Want van vier groepen met vier voerplaatsen, gingen we over naar één groep met slechts twee voerplaatsen. Zonder aanpassingen zou dit gegarandeerd problemen veroorzaken.

Dat hebben we weten te voorkomen door het voersysteem van Geitenbelang in te bouwen in onze stal. Dit systeem weegt de hoeveelheid voer individueel per geit af, afgestemd op haar melkgift en conditie. De geiten bepalen nu zelf wanneer zij hun krachtvoer met vitaminen en mineralen gaan halen bij het voersysteem. Dat geeft rust. Naast hun brokkenrantsoen uit de voermachine, kunnen onze geiten op de andere voerplaats onbeperkt gras (hun lievelingskostje!), hooi en stro eten.

De brokken nemen wij uitsluitend af van leveranciers die werken met NON GMO/Vlog voer. NON GMO staat voor Niet Genetisch Gemanipuleerd Organisme. Het ruwvoer halen we voor ruim 85% uit een straal van maximaal 30 kilometer rond ons bedrijf. Zo groeit het gras, het hoofdvoer van de geiten, in het mooie rivierengebied tussen de Maas, Waal en Lek. Onze directe omgeving als voedselbron, ook dat vinden wij belangrijk.

Onze Geiten en Bokjes

Op onze boerderij houden we ‘duurmelk geiten’. 

Dit betekent dat de dieren niet ieder jaar een lammetje hoeven te krijgen om de melkproductie op gang te houden. De meeste van onze meiden hebben de bijzondere gave om, nadat ze een lammetje hebben gekregen, twee tot vier jaar onafgebroken melk te produceren. Deze melkstroom is niet constant, maar beweegt mee met de seizoenen. De geiten zijn van het voorjaar tot en met het najaar hoog productief en in de late herfst, de winter en het vroege voorjaar laagproductief. Doordat zij minder lammetjes krijgen, leven onze geiten langer. Want lammetjes dragen en baren kost veel energie en kan ernstige complicaties met zich meebrengen. Nu worden onze geiten soms wel 10 jaar!

Minder lammetjes beteken dus ook minder bokjes. Dat is een voordeel, want eigenlijk hebben wij deze jongens bijna niet nodig. Zij delen dat lot met de stiertjes in de melkkoeiensector en de haantjes in de legkippensector. Het beeld dat in Nederland leeft over de bokjes en bokkenmesterijen is dramatisch slecht. Door allerlei regels en wetten is het bijna niet mogelijk om voor bokjes een mooie, eerlijke afzetmarkt te creëren. Daarom dragen wij onze bokjes niet over aan mesterijen, maar fokken we ze zelf op. Zo houden we de hele keten – van geboorte tot slacht en vleesverkoop – in eigen hand. Wij weten dus precies wat er met de bokjes gebeurt. Onze slager verwerkt het vlees tot kant en klare producten in de vorm van bouten, hammen, filets, hamburgers en worstjes. Deze verkopen we onder andere via onze webshop felize.nl,  speciaalzaken en restaurants.

Onze jongens

Om onze kudde op peil te houden, moeten lammetjes worden geboren. Hier ligt een belangrijke taak voor ‘onze jongens’, de dekbokken. Deze bokken zijn voor 80% nakomelingen van onze beste melkgeiten en voor 20% komen zij voort uit KI (kunstmatige inseminatie). Iedere bok die op de natuurlijke weg mag dekken, plaatsen wij in een apart verblijf met een groepje van 1 tot 15 geiten. Zo’n groep bestaat bijvoorbeeld uit vruchtbare meiden van zo’n 8 tot 14 maanden oud die drachtig moeten worden. Zij gaan voor het eerst melk producerenen, zodra zij een lammetje hebben gekregen. Een groepje kan ook bestaan uit dames van 3 tot 4 jaar oud. Deze oudere geiten worden meestal gedekt, omdat hun melkproductie te laag is geworden. Als ze opnieuw een lammetje krijgen, zal die melkproductie weer toenemen. Het kan ook zijn dat we nakomelingen willen van een geit, omdat ze een uitmuntende, bovengemiddelde melkproductie heeft. Daarmee kunnen we onze kudde naar een hoger niveau tillen.